Reglement Gedrags – en omgangsregels United Amstelveen

Inleiding
Omgangsregels vormen algemene uitgangspunten voor gedrag. In de sport is de relatie tussen de trainer en de sporter erg belangrijk. Daarom heeft NOC*NSF gedragsregels vastgesteld. Deze gedragsregels zijn gericht op trainers/ coaches/ begeleiders/ kaderleden (verder in de tekst ‘begeleider’ genoemd). De gedragsregels geven aan waar de grenzen liggen in het contact tussen begeleider en sporter. Wanneer de gedragsregels worden overtreden is de Tuchtrechtspraak van de KNGU van toepassing en daarmede het Tuchtreglement Seksuele Intimidatie van het Instituut Sportrechtspraak, aan wie de KNGU haar tuchtrechtspraak heeft uitbesteed.

Met het hierbij van toepassing verklaren van de Gedrags- en omgangsregels United Amstelveen laat United Amstelveen zien dat het werk maakt van seksuele intimidatie, pesten en het beschadigen van haar leden. Daarnaast zijn ook de gedragscodes die zijn gepubliceerd op de website van de KNGU van toepassing. In geval van strijdigheid hebben gedragscodes van de KNGU voorrang boven dit Reglement.
Ieder lid en begeleider wordt geacht dit Reglement en gedragscodes van de KNGU te kennen en daarnaar te handelen.
De gedragsregels vormen – aangevuld met de omgangsregels – een norm voor de omgang tussen sporters en begeleiders. Overtreding van de gedragsregels leidt tot een tuchtzaak die behandeld wordt door de tuchtcommissie en de commissie van beroep van het Instituut Sportrechtspraak, een overtreding van de omgangsregels leidt zo nodig tot maatregelen van het bestuur van United Amstelveen. Het bestuur van United Amstelveen is gerechtigd een begeleider of lid te schorsen of te royeren.

Artikel 1. Gedragsregels

  1. De begeleider moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de sporter zich veilig kan voelen.
  2. De begeleider onthoudt zich er van de sporter te bejegenen op een wijze die de sporter in zijn waardigheid aantast én verder in het privé-leven van de sporter door te dringen dan nodig is in het kader van de sportbeoefening.
  3. De begeleider onthoudt zich van elke vorm van (machts-)misbruik of seksuele intimidatie tegenover de sporter.
  4. Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige sporter tot zestien jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.
  5. De begeleider mag de sporter niet op een zodanige wijze aanraken dat de sporter en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten.
  6. De begeleider onthoudt zich van (verbale) seksueel getinte intimiteiten via welk communicatiemiddel dan ook.
  7. De begeleider zal tijdens training(-sstages), wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect omgaan met de sporter en met de ruimte waarin de sporter zich bevindt, zoals de kleedkamer of de hotelkamer.
  8. De begeleider heeft de plicht – voor zover in zijn vermogen ligt – de sporter te beschermen tegen schade en (machts-)misbruik als gevolg van seksuele intimidatie. Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) sporter behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties samen te werken, opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen.
  9. De begeleider zal de sporter geen (im-)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen. Ook de begeleider aanvaardt geen financiële beloning of geschenken van de sporter die in onevenredige verhouding tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering staan.
  10. De begeleider zal er actief op toezien dat deze regels worden nageleefd door iedereen die bij de sporter is betrokken. Indien de begeleider gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze gedragsregels zal hij de daartoe noodzakelijke actie(s) ondernemen.
  11. In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen.

Artikel 2. Omgangsregels

  1. Ik accepteer en respecteer de ander zoals hij of zij is en discrimineer niet. Iedereen telt mee binnen United Amstelveen.
  2. Ik houd rekening met de grenzen die de ander aangeeft.
  3. Ik val de ander niet lastig.
  4. Ik berokken de ander geen schade.
  5. Ik maak op geen enkele wijze misbruik van mijn machtspositie.
  6. Ik scheld niet en maak geen gemene grappen of opmerkingen over anderen.
  7. Ik negeer de ander niet.
  8. Ik doe niet mee aan pesten, uitlachen of roddelen.
  9. Ik vecht niet, ik gebruik geen geweld, ik bedreig de ander niet, ik neem geen wapens mee.
  10. Ik kom niet ongewenst te dichtbij en raak de ander niet tegen zijn of haar wil aan.
  11. Ik geef de ander geen ongewenste seksueel getinte aandacht.
  12. Ik stel geen ongepaste vragen en maak geen ongewenste opmerkingen over iemands persoonlijk leven of uiterlijk.
  13. Als iemand mij hindert of lastig valt dan vraag ik hem/haar hiermee te stoppen. Als dat niet helpt, vraag ik een ander om hulp.
  14. Ik help anderen om zich ook aan deze afspraken te houden en spreek degene die zich daar
    niet aan houdt er op aan en meld dit zo nodig bij het bestuur.

Artikel 3. Vertrouwenspersoon

  1. United Amstelveen kent een vertrouwenspersoon die wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de algemene ledenvergadering. De benoeming geschiedt door de duur van drie jaren waarna aansluitend twee maal herbenoeming voor een periode van drie jaren mogelijk is, dit tot een maximum van negen jaren.
  2. De vertrouwenspersoon kan niet een bestuurslid, een begeleider of iemand zijn die bij de sportbeoefening bij United Amstelveen is betrokken.
  3. De vertrouwenspersoon kan geen beleids- of ordemaatregel nemen en evenmin een straf opleggen.
  4. Tot vertrouwenspersoon is benoemd: Daisy Vedder (mail: vertrouwenspersoon@united-amstelveen.nl).

Artikel 4. Klacht

  1. Ieder lid dat meent dat ten opzichte van haar/hem een gedragsregel of omgangsregel is overtreden kan ter zake een klacht indienen bij de vertrouwenspersoon.
  2. De vertrouwenspersoon doet een kort feitelijk onderzoek naar de aard van de klacht en de ernst daarvan en hoort in dat verband de klager en degene tegen wie zich de klacht richt, althans stelt deze in de gelegenheid te worden gehoord. De vertrouwenspersoon bepaalt de wijze waarop de klacht wordt behandeld.
  3. Is de ernst van de klacht gering en/of incidenteel van aard dan handelt de vertrouwenspersoon de klacht zelf af en heeft een gesprek met de klager en met degene tegen wie de klacht zich richt. De vertrouwenspersoon doet van deze klacht geen melding aan het bestuur.
  4. Bij klachten van ernstige en/of structurele aard stelt de vertrouwenspersoon het bestuur daarvan in kennis. Het bestuur beslist vervolgens of naar aanleiding van de klacht aangifte wordt gedaan tegen degene tegen wie de klacht zich richt, in welk geval het bestuur de kwestie aanhangig kan maken bij de KNGU en bij de (aanklager van de) tuchtcommissie van het Instituut Sportrechtspraak. Zodra de vertrouwenspersoon van een klacht melding heeft gemaakt aan het bestuur eindigen zijn tussenkomst en werkzaamheden in die kwestie.
  5. Bij klachten van ernstige en/of structurele aard kan het bestuur bovendien tot het nemen van ordemaatregelen besluiten met als doel te voorkomen dat een ongewenste situatie voortduurt of zich weer zou kunnen voordoen.

Artikel 5. Reglement

  1. Dit reglement wordt vastgesteld en gewijzigd door de algemene ledenvergadering van United Amstelveen. Deze versie van 17 juni 2020 vervangt de vorige versie van 7 september 2018.
  2. Dit reglement is van toepassing op alle begeleiders die bij United Amstelveen werkzaam zijn en op alle leden van United Amstelveen..

Extra toelichting van NOC*NSF (alleen voor de bestuursleden)

Deze gedragsregels zijn opgesteld voor begeleiders in de sport aangezien uit cijfers blijkt dat plegers veelal begeleiders zijn en slachtoffers veelal sporter.

(‘Gedragsregels begeleiders in de sport’ zoals vastgesteld in de Blauwdruk Tuchtreglement Seksuele Intimidatie in de AV van NOC*NSF van 15 november 2011)
Wanneer een lid van de sportvereniging zich niet houdt aan de gedragsregels dan heeft het bestuur de opdracht de regels te handhaven. Om dit te kunnen doen zal uitgezocht moeten worden wat er is voorgevallen. Het beginsel hoor en wederhoor moeten dan worden toegepast. De sportbond kan de vereniging ondersteunen bij een dergelijk onderzoek maar ook met de afhandeling daarvan. Mocht het zo zijn dat er sprake is van Seksuele Intimidatie dan kan dit niet op verenigingsniveau worden afgehandeld. In zo’n geval zal contact gezocht moeten worden met de sportbond. De bond en de vereniging kunnen dan overleggen over het vervolg van de zaak. Het is mogelijk dat er ook door justitie een onderzoek wordt uitgevoerd en in zo’n geval zal het onderzoek van justitie eerst afgerond moeten zijn voor de zaak binnen de sport onderzocht kan worden. De meeste sportbonden laten het onderzoek op het terrein van Seksuele Intimidatie (SI) uitvoeren door het Instituut voor Sport Rechtspraak (ISR). Er zijn ook een aantal bonden die zelf een tuchtcollege kunnen samenstellen om het onderzoek te kunnen doen en ook een uitspraak kunnen doen. Wanneer een tuchtcollege een uitspraak doet over een zaak die te maken heeft met Seksuele Intimidatie, dan wordt de uitspraak vastgelegd in het register tuchtrechtelijke uitspraken SI (‘zwarte lijst’).
Deze procedure bestaat uit een aantal stappen die achter elkaar gezet moeten worden. Om succesvol te zijn is het daarom ook van groot belang dat een vereniging bij een vermoeden van Seksuele Intimidatie contact zoekt met de bond en zeker niet zelfstandig onderzoek gaat doen, laat staan sancties opleggen. Deze werkwijze kan in veel gevallen wat overdreven lijken. Helaas leert de ervaring dat zaken die klein lijken toch groot kunnen zijn. Daarbij komt ook dat je als bestuurder door te overleggen rugdekking krijgt. Dat is belangrijk omdat bestuurlijke beslissingen op dit terrein soms de media kunnen halen of later nog in een rechtszaak ter discussie kunnen staan.
Adviseurs van Vertrouwenspunt Sport ondersteunen zowel verenigingen als sportbonden bij de stappen die genomen moeten worden. Hieraan zijn geen kosten verbonden.

Binnen sportverenigingen heb je te maken met intimiteit. Bij veel activiteiten is er sprake van lichamelijk contact. Gedacht kan worden aan het stoeien, in kleine ruimten vertoeven en het douchen in gemeenschappelijke ruimten. Ook worden er gemakkelijk opmerkingen gemaakt over de prestaties of het uiterlijk van een ander. Het actief hanteren en uitdragen van omgangsregels helpt om overschrijding van grenzen te voorkomen.